Leerhuis- en Liturgie Lier

Ook gekend als "de brug"

Historiek

 

Groeien in en uit een kerk

Leerhuis- en Liturgieprojecten Lier wortelt in parochiale structuren. In de Lierse Heilig-Hartparochie liet de pastoor in het midden van de jaren tachtig jongeren kansen om liturgisch te experimenteren.
Van bij de aanvang was muziek daarbij een centraal gegeven. Rond een bezielend muzikant en dirigent, Geert Hendrix,vormde zich een Cantorij die zich toelegde op liedteksten van Huub Oosterhuis en op de muziek van Bernard Huijbers. Binnen de parochie werd er eerst op zaterdagavond gezongen en gevierd, na enige tijd verzorgde de Cantorij de zondagviering van tien uur. De pastoor ging in die viering voor, de lezingen en het stramien van de vieringen volgden de officieel voorgeschreven 'orde van dienst'. De preken werden verzorgd door een kleine groep van mensen, werkzaam in het parochieteam of in de bewegingen die betrokken waren op de parochie.
Na enkele jaren werd de zondagviering voorgegaan door Bruno Swinnen, en even later ook Toon van Bijnen. Er ontstond ruimte voor een soepeler aanpak van de 'tien-uurvieringen'. Het werden thematische vieringen en de groep maakte zich meer en meer los van de parochiale structuren. Vanaf het begin was het uitgangspunt dat het zoeken naar eigenheid niet mocht leiden tot polarisatie of confrontatie met de grotere kerkgemeenschap of het kerkinstituut.
Het werkjaar 1991 werd een belangrijk keerpunt. Ter gelegenheid van de uitvoering van de Missa Solemnis op tekst van Huub Oosterhuis en op muziek van Tom Löwenthal werd de vereniging 'Leerhuis- en Liturgieprojecten Lier' opgericht. De toon was gezet en het liturgische experiment begon eigen wegen te gaan.
Ondertussen liep een eerste verkennend gesprek met de Gasthuiszusters te Lier rond een nieuw woonproject met een gemengde gemeenschap van zusters en leken. Binnen dat project zou ook het vieren van de liturgie een eigen plaats innemen. Dat leidde in september 1994 tot de verhuis van 'Leerhuis- en Liturgieprojecten Lier' naar het voormalige Coletienenklooster aan de Kapucijnenvest 16 te Lier. Naarmate de aantrekkingskracht van het project vergrootte, nam ook het aantal nieuwe initiatieven toe: lieddagen, leerhuisavonden, kindernevendiensten, lees- en gespreksgroepen.
Nadat in 1996 Toon van Bijnen zijn engagement beëindigde, werd naast Bruno Swinnen ook Marc Van Laere door de gemeente als voorganger aangesteld. Begin 1999 werd de gebedsmantel toevertrouwd aan Myriam Van den Eynde. Vanaf 2003 leidden tijdelijk Patrick Somers en Bart Paepen mee de diensten en Ilse Dupont vanaf 2007. Ook Lea Verstricht vervolledigde vanaf 2007 het voorgangersteam.
De diensten bleven tot 2010 opgebouwd in thematische reeksen. In de Advent en Vasten volgden die steeds meer het ritme van de Roomse traditie, zoals ook meer en meer Nieuwtestamentische naast Oudtestamentische teksten hun plaats opeisten. De jongste jaren werden de soms lijvige reeksenboekjes vervangen door eenvoudiger blaadjes, o.m. dankzij het gebruik van het voor iedereen beschikbare Verzameld Liedboek. Van één dirigent werd de Cantorij op zondag toevertrouwd aan meerdere koorleiders (sedert 2008 Geert Hendrix, Chris Cambré, Filip Zutterman en Laura Zutterman). Door een dalende belangstelling van kinderen werden de jongste jaren de kindernevendiensten ('KNIB') opgeschort. Dit nam niet weg dat er al die jaren gezocht werd naar het bij de tijd brengen en houden van het Leerhuis- en Liturgieproject.
Na een wisselend voorzitterschap van coördinerende kerngroepen is er sedert 2013 een Raad van bestuur (achtereenvolgens Wim Boschmans, Herman Wauters, Lea Verstricht, Filip Zutterman, Mieke Van Beeumen en vandaag Herman Wauters waren de coördinatoren van het algemeen overleg en het stimuleren van werk- en denkgroepen. In het najaar van 2010 werd een geëngageerde denkgroep gestart die in een stappenplan tot Pasen 2011 leidde naar een vernieuwd elan. Organisatorisch leidde dit in april 2011 tot de start van een coördinerende, bezielende ankergroep samengesteld uit Mieke Van Beeumen, Mia De Walsche, Marc Van Laere, Myriam Van den Eynde en Bruno Swinnen. Vanaf 2013 nam de Raad van Bestuur deze taak ter harte) onder leiding van Herman Wauters, samen met Maroos Michiels, Griet Vander Wee, Koen Van Camp en Bruno Swinnen.
Op zoek naar het nog meer bij de tijd brengen van het Bijbelse geloofsverhaal en een ruimer publiek aan te spreken, ontstonden de laatste jaren bredere initiatieven zoals de grotere diensten in de Jezuiëtenkerk (Kerstmis en Pasen) of de Begijnhofkerk van Lier (Pinksteren). Vanaf september 2016 is er 5 keer per jaar in de kapel van de Brug het ‘Groot Gezang’. De liturgie als één Groot Gezang om het gehoorde woord te zingen, tot volheid te vieren en het in de ruimte van het geleefde leven te laten klinken.

Varia

 

Geschiedenis van de kapel: Bij de Coletinen

Op 2 februari 1836 arriveerden 6 Arme Claren of Coletinen uit Brugge te Lier en betrokken een huis op de Kaai (nu Zimmerplein) dat Jos Verhaegen, een ongehuwde Lierse huidenvetter, voor hen ter beschikking stelde. Reeds op 7 september van hetzelfde jaar werd de eerste steen gelegd van een definitief klooster aan de Capucienenvest. De grond ervan was eveneens door dezelfde Verhaegen gekocht en behoorde tot het vroegere Capucijnenklooster. De zusters namen er hun intrek op 17 augustus 1839.
Eind september 1914 gingen ze op de vlucht voor het oorlogsgeweld naar Nederland en keerden pas terug in 1919. Ondertussen was het klooster duchtig vernield. Ze vonden dan ook tijdelijk onderdak in het begijnhof. Men bleef niet bij de pakken zitten: er werd vlug gedacht aan een wederopbouw, de plannen van architect E. Careels werden goedgekeurd. In 1923 konden zij terug verhuizen naar de Capucienenvest, naar het zogeheten “Stalleke van Bethlehem”. Op het kapeldak aan de kant van de binnenplaats is dit jaartal nog duidelijk te zien. De vroegere pastorie naast het klooster werd opgetrokken ca. 1925. De Clarissen, in 1212 gesticht als tweede orde door de H. Franciscus en de H. Clara, werden later hervormd door de H.Coleta van Corbie (1381-1447 te Gent), vandaar “Coletinen”. Zij splitsten zich na een tijd in twee richtingen. De Rijke Claren mochten bezittingen hebben en werkten in dienst van anderen. De Arme bezaten niets en leefden van aalmoezen. In 1927 waren er 24 Coletinen in Lier. Zeventien “binnen- of slotzusters” wijdden zich volledig aan het gebed en werden tweemaal daags bevoorraad met voedsel langs de trommel. In geval van nood konden ze de noodklok luiden. De 7 “buitenzusters” stonden in contact met de buitenwereld, verrichten arbeid, gingen bedelen en zorgden in de beginperiode ook voor onderwijs aan arme meisjes. Te Lier kende men tot voor kort de gewoonte om “eieren naar de Coletinen te brengen” om goed weer af te smeken. Ook lieten meisjes in verwachting het doek van de H.Coleta opleggen voor een spoedige bevalling. De huidige zogeheten kapittelzaal was vroeger de kapel van de slotzusters. Zij volgden langs een tralievenster de diensten in de kerk (nu kapel). Aan de voorgevel bemerkt men een O.L.Vrouwbeeld, vermoedelijk uit de zestiende eeuw. In de tuin bevindt zich nog een beeld van Moeder en Kind van M.Van Reeth uit 1954. De huidige voorzijde (nu het Verdiep) was de vroegere portierswoning. In de tachtiger jaren was het kloosteraantal zodanig afgeslankt dat de zusters besloten “het Stalleke van Bethlehem” te verlaten. Een aangepast kloostertje, naast het huidige, werd op 18 september 1991 door de bisschop ingezegend. De restauratie van het klooster en de tijd van Brug was nu aangebroken. (Wim Boschmans)